Het nieuwe huurdecreet vanaf 1 januari 2019

16 - 10 - 2018

Onlangs werd het nieuwe Vlaamse Woninghuurdecreet goedgekeurd. Het zal toepassing zijn op alle huurovereenkomsten die vanaf 1 januari 2019 worden ondertekend. Het decreet slaat enkel op overeenkomsten met betrekking tot de huur voor hoofdverblijfplaatsen en op het nieuwe stelsel van de studentenverhuur.

Bijzonder is dat er naast het stelsel voor de hoofdverblijfplaatsen binnen de woninghuur, een nieuw stelsel voor de studentenverhuur gecreëerd werd.

Een opvallende wijziging is ook dat de meeste bepalingen uit het huurdecreet van dwingend recht zijn, in het bijzonder deze onder de titel over de huur van hoofdverblijfplaatsen. Dit houdt in dat er contractueel niet kan worden van afgeweken.

Wat zijn nu de opvallendste wijzigingen bij de huur voor hoofdverblijfplaatsen?

Inzake de huurtermijn blijft een huurovereenkomst van negen jaar de regel. Korte overeenkomsten, die, ook ingeval van verlengingen, in totaal niet meer dan drie jaar mogen bedragen, kunnen nog steeds.

Nieuw is echter wel dat de huurder hier voortaan een opzegmogelijkheid heeft, mits uiteraard de naleving van een bepaalde opzegtermijn en -vergoeding. De opzegtermijn voor de huurder beloopt onveranderd drie maanden, en de opzegvergoeding drie, twee of één maand, in functie van het tijdstip van beëindiging.

Voor de verhuurder bedraagt de opzegtermijn nu in alle voorziene gevallen (de opzeg voor persoonlijk gebruik, de opzeg voor renovatiewerken, de opzeg zonder motief en de noodzakelijke opzeg bij einde huur) zes maanden. Enkel bij het einde van de overeenkomsten van korte duur, dient slechts een opzegtermijn van drie maanden in acht genomen.

Indien een huurovereenkomst niet geregistreerd is dient de huurder geen opzegtermijn of - vergoeding te respecteren, behalve tijdens de eerste twee maanden van de looptijd van het contract.

Concrete regeling bij overlijden van de huurder

Bij overlijden van de huurder wordt de huurovereenkomst ontbonden op het einde van de tweede maand na het overlijden, en dient een vergoeding van één maand huur betaald.

Woningkwaliteit, onderhoud en herstelling

Zowel bij aanvang als tijdens de duur van de overeenkomst, zal de woning nu dienen te voldoen aan de gewestelijke minimale kwaliteitsvereisten, zoals vastgelegd in die Vlaamse Wooncode. Nieuw is dat het conformiteitsattest een rol krijgt toebedeeld en op verschillende niveaus van het huurdecreet wordt opgenomen als voorwaarde of bewijs. Bovendien zal de Vlaamse Regering de onderhouds- en herstellingsplicht van huurder en verhuurder voorzien in een richtinggevende lijst. Dit moet discussies hierrond aanzienlijk doen verminderen.

Financieel

Het maximale bedrag van de huurwaarborgregeling wordt opnieuw opgetrokken tot drie maanden huur. Tegelijk zullen sommige huurders via de Vlaamse Regering kunnen genieten van een renteloze huurwaarborglening

De bankwaarborg wordt afgeschaft als mogelijkheid, de OCMW-bankwaarborg blijft wel behouden, en er komen twee nieuwe vormen bij: de persoonlijke borgstelling en de zakelijke zekerheidsstelling.

Lasten en kosten

Alles wat met het gebruik van het goed te maken heeft, zal voor rekening van de huurder zijn, en hetgeen voortspruit uit de zakelijke rechten van de woning, voor de verhuurder.

De medehuur

Nu is vastgelegd dat een partner binnen een geïnstitutionaliseerde partnerrelatie (huwelijk, wettelijke samenwoning) van rechtswege - dus automatisch - medehuurder is. Dit maakt de huurders meteen ook samen hoofdelijk en ondeelbaar aansprakelijk ten aanzien van de verhuurder. Bij beëindiging van de partnerrelatie bepalen de partners wie huurder blijft. Indien de vertrekkende partner bij aanvang van de huurovereenkomst reeds medehuurder was, kan hij nog zes maanden aangesproken worden in betaling van de huurprijs.

Voor een feitelijke samenwoning is toestemming van de verhuurder vereist om de extra persoon medehuurder te maken.

Een medehuurder kan ten persoonlijke titel opzeggen. Hij blijft nog gedurende zes maanden aansprakelijk indien geen nieuwe medehuurder in zijn plaats komt.

Informatiebrochure

Agence Van den Abeele zal tegen 1 januari 2019, waarop het nieuwe Vlaamse Woninghuurdecreet van toepassing wordt, een informatiebrochure ter beschikking hebben.

Terug naar het overzicht

Wie moet de gemeenschappelijke kosten tussen verhuurder en huurder opsplitsen?

02 - 11 - 2018

Principieel moeten de verdeling van de gemeenschappelijke kosten gebeuren door de verhuurder, tenzij de syndicus ook optreedt als zijn rentmeester voor de verhuurder.

Het nieuwe huurdecreet vanaf 1 januari 2019

16 - 10 - 2018

Onlangs werd het nieuwe Vlaamse Woninghuurdecreet goedgekeurd. Het zal toepassing zijn op alle huurovereenkomsten die vanaf 1 januari 2019 worden ondertekend.